Zindelijkheid
- Inleiding
- Wanneer is een kind er aan toe om zindelijk te worden?
- Op het potje
- Op het toilet
- Belonen
- Angst
- Ongelukjes en terugval
- Wanneer naar de huisarts?
- Meer informatie
Wanneer is een kind er aan toe om zindelijk te worden?
Pas rond de twee jaar is het zenuwstelsel voldoende ontwikkeld en hebben kinderen genoeg controle over de sluitspier om zindelijk te worden. Een kind moet lichamelijk in staat zijn om aan te voelen wanneer hij moet plassen of poepen. In eerste instantie zal het kind zich er wel bewust van zijn dat hij nu moet plassen of poepen, maar kan dat nog niet van tevoren aan voelen komen. Pas later zal hij zich ook bewust worden van de aandrang en weten wat er aan de hand is vóór het gaat gebeuren.Er zijn verschillende signalen waaraan u kunt merken dat uw kind er aan toe is om zindelijk te worden:
- Uw kind heeft steeds vaker een droge luier, droge periodes van tenminste 2 uur;
- Het is zichtbaar dat uw kind merkt dat hij plast of poept, door bijvoorbeeld een bepaalde houding of de blik in de ogen;
- Uw kind toont interesse voor wat er uit zijn eigen lichaam komt;
- Uw kind begint zelf aan de luier te trekken (om hem af te doen).
Meestal wordt een kind tussen de 2 en 4 jaar overdag zindelijk. Het duurt nog 6 tot 12 maanden langer voordat een kind ook ’s nachts zindelijk is. We spreken van bedplassen wanneer het kind minimaal 5 jaar is, tenminste 2 keer in de maand in bed plast en overdag zindelijk is.
Op het potje
Plaats een potje waar uw kind gemakkelijk bij kan, zodat uw kind kan wennen aan het potje. Uw kind kan dan zelf beslissen om er op te gaan zitten en ook weer op te staan. U kunt spelenderwijs een pop op het potje zetten of uw kind met kleren aan op het potje zetten om te oefenen. Wanneer uw kind eenmaal regelmatig met zijn kleren aan op het potje zit, kunt u het aanmoedigen om er zonder broekje of luier op te gaan zitten. Geleidelijk aan zal uw kind zich ook zonder broekje of luier op het potje op zijn gemak voelen.De meeste kinderen doen tijdens of na het eten hun behoefte. U kunt uw kind na iedere maaltijd op het potje zetten en dit langzaam uitbreiden.
Op het toilet
Na verloop van tijd kunt u overschakelen naar het toilet. Maak het gemakkelijk door bijvoorbeeld een brilverkleiner en een voetenbankje. Maak uw kind vertrouwd met de toiletgang door het zelf voor te doen of te wijzen op broertjes en zusjes die het ook doen. Laat zien hoe u het toilet doortrekt. Het is handig om na verloop van tijd, als uw kind al vaker de behoefte op het toilet heeft gedaan, vaste regels in te stellen. Zo is het afvegen (van vóór naar achter) en het wassen van de handen na het plassen belangrijk.Wanneer uw kind de helft van de nachten droog blijft, dan kunt u de luier ’s nachts ook uitlaten. Uw kind ’s nachts wekken heeft weinig effect. Geef uw kind niet minder drinken, omdat het dan minder zal gaan plassen. De hoeveelheid drank heeft geen invloed op het vlotter zindelijk worden. Laat uw kind net voordat hij naar bed gaat nog op het potje of het toilet plassen.
Belonen
Elk kind vindt het leuk om aangemoedigd te worden. Dit stimuleert om het aangemoedigde gedrag te herhalen. U kunt dit doen door:- uw kind aan te moedigen als hij zelf aangeeft dat hij op het potje of naar het toilet wil gaan.
- het potje en het toilet aantrekkelijk te maken, door bijvoorbeeld een potje in de vorm van een dier, of geluidjes op het potje. Hang leuke dingen op in het toilet.
- wanneer uw kind geplast of gepoept heeft, uw kind te belonen in de vorm van een applaus, ‘hoera’ te roepen, te knuffelen of extra aandacht te geven.
- een stickerplaat te maken en af te spreken met uw kind dat hij een stickertje of een plaatje krijgt wanneer hij op het potje of het toilet heeft geplast of gepoept. Wanneer er bijvoorbeeld 10 stickertjes zijn geplakt, krijgt hij een klein cadeautje of iets wat hij leuk vindt om te doen.
Angst
Sommige kinderen zijn bang voor het potje of de toiletgang. Dit kan komen doordat kinderen nog niet toe zijn aan zindelijkheid, maar sommige kinderen durven ook niet goed op een normaal toilet te zitten. Dit kunt u ondervangen door een toiletverkleiner en een voetenbankje.Een kind wordt eerst overdag zindelijk voor plassen, pas later ook voor poepen. Er zijn heel wat kinderen die wel zonder luier kunnen, maar die toch nog om een luier vragen als ze voelen dat ze moeten poepen. Dit kan komen doordat kinderen hun ontlasting zien als ‘deel van zichzelf’ en bang zijn om dit kwijt te raken. Ze kunnen het ook eng vinden om de poep in een diep donker gat te laten vallen in plaats van in hun luier. Als een kind de ontlasting ophoudt, kan er een probleem met de stoelgang ontstaan. Hierdoor krijgt het kind harde ontlasting, wat pijn kan geven tijdens het poepen. Daardoor durft het niet meer te poepen, waardoor er een vicieuze cirkel ontstaat. Wanneer dit het geval is, is het verstandig om contact op te nemen met uw huisarts. Om de vicieuze cirkel te doorbreken, kan het soms ook nodig zijn om de luier weer om te doen wanneer u kind aangeeft dat hij moet poepen. Wees geduldig en geef uitleg wat er op het toilet gebeurt. Probeer uw kind niet te dwingen, laat bij angst de deur open staan. Probeer van de toiletgang een positieve gebeurtenis te maken. Ook zijn er boekjes met het onderwerp ‘zindelijkheid’ die u kunt voorlezen aan uw kind.
Ongelukjes en terugval
Wanneer uw kind zindelijk is, kan het af en toe nog wel eens een keer misgaan. Kinderen vergeten soms naar het toilet te gaan of nemen geen tijd om te plassen, omdat ze zo in hun spel verdiept zijn.Wanneer ongelukjes structureel gaan worden, kan dit een oorzaak hebben:
- Ziekte;
- Te veel dwang om zindelijk te worden;
- Nog niet handig genoeg zijn om kleren snel uit te trekken;
- Vervelende ervaringen, zoals het toilet niet kunnen vinden, angst bij vreemden et cetera;
- Stressvolle gebeurtenissen, zoals een verhuizing, geboorte broertje of zusje, spanningen in het gezin, overlijden, voor het eerst naar school.
Wanneer naar de huisarts?
Als uw kind met 5 jaar nog niet zindelijk is, of last heeft van bedplassen, kunt u dit met uw huisarts bespreken. Deze zal vragen stellen over het plassen en de ontwikkeling van uw kind en een lichamelijk onderzoek doen. Zo nodig kan de huisarts ook aanvullend onderzoek laten doen.Als uw kind zindelijk was maar een terugval heeft, kan het ook raadzaam zijn om dit met de huisarts te bespreken. Er kan bijvoorbeeld een blaasontsteking zijn die de terugval verklaart.
Ook als uw kind harde ontlasting heeft en het poepen moeizaam gaat of pijnlijk is, kunt u dit het beste met uw huisarts bespreken.
Meer informatie
Informatie van de Nederlandse Huisartsen Genootschaphttp://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_voorlichting/NHGpatientenbrieven/NHGpatientenbrief/PBP2c.htm
Informatie van Ouders oOnline
www.ouders.nl/mopv2007-zindelijkheid.htm
Engels; Toilet teaching your child,, http://kidshealth.org/parent/emotions/behavior/toilet_teaching.html
[1/10/02].