Handicaps (algemeen)

Inleiding

De term ‘handicap’ wijst op een defect in een of meer organen waardoor de lichaamsfuncties en activiteiten van een persoon negatief worden beïnvloed. In het algemeen gesproken zijn handicaps van lichamelijke of geestelijke aard. Het hebben van de ene soort handicap betekent niet automatisch dat je de andere ook hebt. Iemand met een lichamelijke handicap kan geestelijk volledig normaal functioneren en iemand met een geestelijke handicap kan lichamelijk geheel gezond zijn. Ernstig of meervoudig gehandicapte mensen hebben een handicap op diverse gebieden. Zij hebben bij meerdere activiteiten intensieve ondersteuning nodig. Het gaat daarbij vaak om mensen met een zware geestelijke handicap, hetgeen meestal gepaard gaat met extra lichamelijke handicaps als bewegingsstoornissen en verlies van zintuiglijke waarneming (bijvoorbeeld van het gezichtsvermogen of het gehoor). Vaak zijn er ook gedragsproblemen.

Medische gevolgen

De medische gevolgen hangen af van de aard van de handicap. Veel gehandicapte mensen zijn in staat een onafhankelijk en actief leven te leiden. Bepaalde handicaps veroorzaken echter een verscheidenheid aan medische problemen. In dergelijke gevallen is er een multidisciplinair team bestaande uit de ouders, medisch specialisten, paramedici zoals fysiotherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten en onderwijsdeskundigen, dat passende oplossingen zoekt voor de problemen.

Kenmerken van ernstige of meervoudige handicaps

Afhankelijk van de ernst van de handicaps en de leeftijd van de persoon, kan deze een scala aan kenmerken tentoonspreiden.

Enkele daarvan zijn:
  • beperkt spraak- of communicatievermogen;
  • problemen met de basismobiliteit (zitten, lopen, bewegen);
  • de behoefte aan hulp bij dagelijkse activiteiten (eten, wassen, aankleden, toiletgang);
  • de neiging om vaardigheden die enige tijd niet worden gebruikt te verleren;
  • gedragsproblemen, zoals agressiviteit.

Lichamelijke activiteit

Vooral voor mensen met een lichamelijke handicap is het van belang dat ze actief blijven. Regelmatig bewegen bevordert de mobiliteit, en houdt de verstijving van spieren en gewrichten in bedwang. Bovendien vergroot dit het uithoudingsvermogen en de spiersterkte. Een zo goed mogelijke lichamelijke conditie kan ook angst- en depressieverschijnselen verminderen, het humeur verbeteren en een algemeen gevoel van welbevinden bevorderen.

Leerstoornis

Dit is een stoornis in iemands vermogen om ofwel te interpreteren wat hij ziet en hoort, of om informatie uit verschillende delen van de hersenen aan elkaar te koppelen. Dit kan op verschillende manieren tot uiting komen, zoals problemen met gesproken en geschreven taal, de coördinatie, zelfbeheersing, of aandacht. Het schoolwerk van kinderen met deze stoornis heeft er vaak onder te lijden, doordat ze langzaam dingen in zich opnemen. Wanneer een bepaalde leerstoornis, bijvoorbeeld dyslexie, eenmaal is vastgesteld, kunnen er maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat het kind er op de lange termijn niet onder lijdt. Sommige mensen hebben slechts één op zichzelf staande leerstoornis, maar anderen hebben een aantal overlappende leerstoornissen, die vaak moeilijker zijn aan te pakken.

Onderwijsbehoeften

De onderwijsbehoeften moeten, afhankelijk van de handicap, voor ieder individu apart worden bepaald. Hierbij worden onder andere de diensten ingeroepen van fysiotherapeuten, bezigheidstherapeuten, pedagogen, en logopedisten, voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden, taal, functionele vaardigheden (dat wil zeggen: vaardigheden ter bevordering van de zelfstandigheid) en beroepsvaardigheden.
Ook in de klas moeten speciale regelingen worden getroffen, zoals aanpassingen aan de stoel/tafel van de leerling, medicijnen en eventueel een speciaal dieet. Behalve aangepaste middelen kan speciale apparatuur nodig zijn om het functioneren te vergemakkelijken. Daartoe kan bijvoorbeeld het gebruik van computers behoren, alternatieve communicatiesystemen, communicatiekaarten, en aangepaste bedieningsinstrumenten waarmee leerlingen met ernstige handicaps kunnen deelnemen in een geïntegreerde omgeving.

Een ander belangrijk element van de onderwijssituatie is de integratie met niet-gehandicapte leeftijdgenoten. Onderzoeken hebben aangetoond dat het bezoeken van dezelfde school en deelname aan dezelfde activiteiten als niet-gehandicapte leeftijdgenoten van essentieel belang is voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Dit heeft er op veel scholen toe geleid dat kinderen met ernstige handicaps in een gewone klas worden gezet met passende aanpassingen in het programma en de inzet van ondersteunende diensten.
Veel scholen maken nu gebruik van een planning voor de overgang van de schoolsituatie naar een werksituatie en werken toe naar een arbeidsplaats in een geïntegreerde en concurrerende situatie in plaats van in een beschermde werkplaats.

Meer informatie

www.bosk.nl/aandachtsgebieden/mcg/startplatform.htm
Website van het Platform meervoudig gehandicapten

www.cdc.gov/nccdphp/sgr/disab.htm (Engels)
Algemene informatie over handicaps

www.nichcy.org/pubs/factshe/fs10txt.htm (Engels)
Informatie over meervoudige handicaps