Aandoeningen van de kransslagaders

Inleiding

Het hart pompt dag en nacht zuurstofrijk bloed door het lichaam om zo de weefsels te voeden. Om te kunnen werken heeft de hartspier zelf ook zuurstof en voeding nodig. Die worden door het bloed aangevoerd via de kransslagaders (de coronairen). Dit zijn bloedvaten van hooguit enkele millimeters dik, die aan de buitenkant van de hartspier lopen. Wanneer de hartspier te weinig zuurstof en voeding krijgt als gevolg van een vernauwing van deze kransslagader kunnen klachten optreden. De groep van hartziekten die het gevolg zijn van verminderde doorbloeding van het hart via de kransslagaderen heten coronaire hartziekten (CHZ).

Oorzaken

De kransslagaders kunnen vernauwd zijn door atherosclerose (aderverkalking) of spasmen. Klachten kunnen ook ontstaan bij een gedeeltelijke of totale afsluiting van een kransslagader door een bloedstolsel (trombose of embolie).

Er is geen eenduidige oorzaak voor het ontstaan van coronaire hartziekten aan te wijzen. De belangrijkste factoren die hierbij een rol spelen zijn roken, overgewicht, suikerziekte en een hoge bloeddruk, verhoogd cholesterolgehalte in het bloed en gebrek aan lichaamsbeweging. Het voorkomen van coronaire hartziekten of ander hart- en vaatlijden in de familie, met name bij eerstegraads familieleden jonger dan 60 jaar, speelt ook een rol.

Verschijnselen

Mensen met coronaire hartziekten kunnen verschillende klachten hebben. Veel voorkomende verschijnselen zijn pijn op de borst, uitstralende pijn naar rug, armen of kaak en snel vermoeid of kortademig zijn. Door het zuurstoftekort kunnen verschillende ziektebeelden ontstaan, zoals angina pectoris, hartfalen, hartritmestoornissen en een hartinfarct.
Bij angina pectoris is sprake van pijn of een drukkend gevoel op de borst die meestal optreedt bij inspanning en weer afneemt in rust. De pijn voelt aan alsof er een zwaar gewicht op de borst ligt en kan uitstralen naar de hals of de armen. Een langdurige, ernstige aanval van angina pectoris die niet overgaat met rust, kan wijzen op een hartaanval.
Hartfalen (ook aangeduid als decompensatio cordis of hartinsufficiëntie) betekent dat het hart niet voldoende bloed naar de longen en de rest van het lichaam kan pompen om in de normale behoefte van het lichaam aan zuurstof en voedingsstoffen te voorzien. Dit veroorzaakt vermoeidheid, gezwollen enkels en benen en kortademigheid, zelfs in liggende positie.
De symptomen van een hartritmestoornis kunnen erg uiteen lopen, zoals vermoeidheid, duizeligheid, hartkloppingen, een licht gevoel in het hoofd, pijn in de borst en flauwvallen. Soms is er het gevoel dat het hart slagen overslaat.
Van een hartinfarct (of myocardinfarct) is sprake als een deel van de hartspier (het myocard) afsterft doordat de bloedtoevoer naar dat deel is afgesneden. De oorzaak hiervan is meestal een bloedstolsel (trombus). Het voornaamste verschijnsel van een hartinfarct is pijn op de borst, die soms door de patiënt wordt omschreven als een benauwend, beklemmend en zwaar gevoel. Deze pijn is vaak hevig, houdt dikwijls lang aan en kan uitstralen naar de keel, hals, armen, rug en de bovenkant van de buik. De meeste patiënten hebben last van ademnood. Daarnaast kunnen symptomen optreden als flauwvallen, zweten, een bleke huid, angstgevoelens, misselijkheid en braken.

Diagnose

Bij symptomen die wijzen op een coronaire hartziekte kan een bloedonderzoek worden gedaan. Tevens kan een ECG (elektrocardiogram; hartfilmpje) worden gemaakt. Dit is een eenvoudig, pijnloos onderzoek. Soms wordt het onderzoek herhaald terwijl op een loopband wordt gelopen (inspannings-ECG).

Behandeling

Mogelijke behandelingen van coronaire hartziekten zijn medicijnen of een operatie.
Met medicijnen kan worden geprobeerd de doorbloeding van de kransslagaders te verbeteren. Voorbeelden zijn bloeddrukverlagende middelen, antistollingsmiddelen en nitraten. Dit laatste middel geeft onmiddellijke verlichting van de klachten ten gevolge van het zuurstoftekort wanneer het als tablet onder de tong wordt gelegd of als spray onder de tong wordt gespoten. In geval van hartfalen kunnen plaspillen worden voorgeschreven om het overtollig vocht af te voeren. Tenslotte worden vaak middelen voorgeschreven om het cholesterol te verlagen.

Als de klachten met medicijnen niet verminderen kan een operatie worden overwogen. De twee meest uitgevoerde ingrepen zijn een coronaire bypassoperatie (‘omleiding’) en een (ballon)angioplastiek (‘dotteren’). Bij een bypass worden nieuwe bloedvaten getransplanteerd en aangebracht langs een vernauwing in een kransslagader. Er wordt dus letterlijk een omleiding gemaakt. In geval van een (ballon)angioplastiek worden de vernauwde gedeelten van de slagaderen opgerekt om de doorstroming van het bloed te verbeteren. Beide ingrepen leiden meestal tot zeer goede resultaten.

Wat kunt u zelf doen?

Veel risicofactoren van coronaire hartziekten houden verband met voeding en leefwijze, zoals een verhoogd cholesterol, bloeddruk of gewicht. U kunt er dus zelf veel aan doen om te voorkomen dat coronaire hartziekten optreden.

  • Stop met roken.
  • Voor mensen met suikerziekte is het van belang om deze goed onder controle te houden.
  • Houd uw gewicht goed op peil en zorg voor gezonde voeding. Als u te zwaar bent, laat u dan deskundig voorlichten over veilige manieren van afvallen. Voor een persoonlijk dieetadvies kunt u terecht bij een diëtist.
  • Kies de juiste soorten vet: wees matig met verzadigd vet (vlees, volle melkproducten). Gebruik zoveel mogelijk onverzadigd vet (dieetmargarine, dieethalvarine, olie en vis).
  • Gebruik minder zout.
  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging, twee tot drie keer per week gedurende 20 tot 30 minuten. Doe iets waarvoor u zich een beetje moet inspannen, maar overdrijf het niet.
  • Gebruik niet meer dan twee consumpties alcohol per dag.

Meer informatie

www.hartstichting.nl
Informatie van de Nederlandse Hartstichting